7 oktober 2024
chenkt het bestuur voldoende aandacht aan het openbaar domein? Is er nood aan meer groen in het district? Dringt een betere verstandhouding met het stadsbestuur zich op? Lijsttrekkers Nele Van Parys (PVDA) en Nigel Chantrain (Open VLD) debatteren erover.
In Plantbar Jacqueline in Borgerhub op de Turnhoutsebaan zitten twee prille dertigers tegenover elkaar. De ene wil maar wat graag het progressieve districtsbestuur voortzetten, de andere poogt de groen-rode hegemonie te doorbreken. Beiden streven nochtans naar een Borgerhout waar het zo fijn mogelijk leven is voor de Borgerhoutenaar. Maar de manieren waarop ze zo’n klimaat willen bewerkstelligen, stroken niet met elkaar.
Wanneer je een Borgerhoutenaar vraagt wat hem, haar of hun stoort in het dagelijkse leven binnen de grenzen van het district, hoor je niet zelden de staat van het openbaar domein. Het lijkt met voorsprong de grootste frustratie te zijn. Terecht?
Nigel Chantrain: “Absoluut. Als je tijdens het wandelen voortdurend naar de grond moet kijken om een val te vermijden, is kritiek op zijn plaats. Mensen met een rollator of rolstoelgebruikers kunnen zich met moeite door de straten bewegen. Dat kan en mag nooit de bedoeling zijn. Publiek domein moet toegankelijk zijn voor iedereen. Om die problemen van de baan te helpen, moeten buurtbewoners betrokken worden.
Nele Van Parys: “We zetten hard in op participatie. Daar situeert zich het probleem niet.
Waar dan wel?
Van Parys: “Enerzijds beschikt het district over te weinig budget om broodnodige ingrepen te doen. Anderzijds heeft de stad bespaard op ontwerpers, waardoor dossiers jarenlang op de tekentafel blijven liggen. Dat is ook in andere districten een probleem.”
“Wij willen ook rekening houden met de wensen van de bewoners. En die worden vanuit de stad niet altijd gerespecteerd. Maar we zitten niet stil. Zo gaan we binnenkort met AP Hogeschool en senioren het district scannen op toegankelijkheid. Zo kaarten we pijnpunten aan die we volgende legislatuur moeten aanpakken.”
Chantrain: “Daar is niets mis mee. Toch ben ik ervan overtuigd dat een constructieve samenwerking tussen district en stad noodzakelijk is voor een duurzame heraanleg. Plannen die vanuit de stad komen, worden door het huidige districtsbestuur systematisch afgeketst. Omgekeerd geldt trouwens hetzelfde. Dat belemmert vooruitgang.”
Dat brengt ons genadeloos bij een ander veelbesproken onderwerp. Er zit op z’n zachtst gezegd ruis op de relatie tussen het districts- en stadsbestuur. Een werkpunt voor de volgende bestuursploeg?
Chantrain:(gevat) “Dat is een absoluut werkpunt. Langs beide kanten.”
Van Parys: “Goh. Natuurlijk zouden we liever een progressief stadsbestuur hebben. Het is niet onze taak om vanuit het perspectief van de stad te werken. Het is onze taak om de Borgerhoutenaar te verdedigen op elk niveau. We moeten op tafel kloppen voor dingen waar mensen in het district van wakker liggen. En daar zijn we trots op. De stad hoeft daar niet zo gecrispeerd op te reageren. Ze kan er gewoon niet tegen dat er hier een andere wind waait.”
Chantrain: “Het districtsbestuur moet inderdaad opkomen voor haar bewoners. Toch voelen heel wat Borgerhoutenaars zich nog te vaak niet gehoord. Dat is deels te wijten aan een gebrekkige communicatie van bovenuit.”
Heb je daar concrete voorbeelden van?
Chantrain: “Neem nu extra muros. Daar zijn mensen vaak minder of niet op de hoogte van pakweg activiteiten die er te doen zijn. Op dat vlak is er nood aan meer verbinding tussen verschillende buurten.”
Van Parys:(fel) “Niet mee eens. Er is inderdaad nog werk, maar sinds het progressief bestuur telt extra muros mee. We geven bovendien veel vertrouwen aan mensen om bottom-up dingen te doen ontstaan. We doen er alles aan om mensen, verenigingen en organisaties te ondersteunen. Op dat vlak zijn andere districten jaloers op Borgerhout.”
Chantrain: “Klopt. Maar afgezien van de grote feesten is er nog steeds een gebrek aan verbinding doorheen het jaar. In ons district heerst vaak het gevoel dat mensen naast elkaar leven. Activiteiten zijn een tool om die muur te slopen. Akkoord. Maar mensen moeten ook los van feestelijkheden met elkaar verbinden. Ook hier is dus nog steeds een kloof tussen verschillende groepen. Ook hier wordt verdeeldheid gezaaid.”
Van Parys: “Dat kan je toch niet zeggen.”
Chantrain: “Als er geen verdeeldheid zou zijn, zouden mensen meer met elkaar spreken.”
Van Parys: “Bart De Wever, die stigmatiseert gemeenschappen. Wat wij doen, is net het omgekeerde. Wij geven vertrouwen aan onze mensen. En dat werkt.”
Chantrain: “Agree to disagree. Dat kan en dat mag.”
Waar jullie het wel over eens zijn, is dat er meer groen moet komen in Borgerhout.
Van Parys: “Op dat vlak zijn er gemiste kansen geweest. In het progressief bestuur hebben we met de schepen van Groen heel wat tuin- en woonstraten aangelegd. Maar er is meer nodig. Park Spoor Oost zou een mooi groen park moeten worden. Om nog maar te zwijgen over het park aan het Moorkensplein. Wat de stad daarvan wil maken, tart alle verbeelding. De buurtbewoners protesteren voortdurend, maar worden genegeerd. Hopelijk kunnen we het tij nog keren.”
Chantrain: “Je kan niet alle schuld op de stad schuiven. Groen is een districtsbevoegdheid. We moeten zelf verdergaan dan het omdraaien van een tegel. Maar vergroening moet op een verstandige en duurzame manier gebeuren. Ik ben bijvoorbeeld fan van groendaken. Stel je voor: een picknick of wandeling in een groen park boven de stad. Dat zou toch machtig zijn.”
Als PVDA en Open VLD samen aan de knoppen zouden zitten in Borgerhout, weten we dus alvast welk thema veel aandacht zou krijgen.
Chantrain:(lacht) “Wij passen voor een bestuur met extreme partijen. Liberalen en communisten zijn bovendien water en vuur. Maar we staan natuurlijk wel open voor een constructieve samenwerking. Een beter Borgerhout voor de Borgerhoutenaar. Daar gaan we voor.”
Van Parys: “Je bent nochtans positief over heel wat van onze realisaties. (lacht) Soit, wij willen een progressief bestuur. Dat betekent samenwerken met Groen en Vooruit. Maar blijken wij na 13 oktober de grootste partij, dan gaan we ongetwijfeld naar alle democratische partijen luisteren.”
Laurens Van Aert GVA

